Archive for August, 2009
Ronse Opscène: wat is dat toch met Ronse?
Ronse Opscène is het sluitstuk van de muzikale zomer in Ronse. Tot enkele jaren geleden konden de inwoners van de stad wekelijks terecht op de Bruulconcerten. Waarschijnlijk omwille van het matige succes van deze evenementen, werd beslist om van de Bruulconcerten een tweewekelijks gebeuren te maken, en de concertreeks af te sluiten met een grootschalig evenement. Ronse Opscène was geboren.
Ik ging rond negen uur een kijkje nemen in de stationswijk, waar Coco Jr werd verwacht.
Tot mijn grote verbazing viel er, toen ik aankwam, amper volk te speuren rond het podium. Geen publiek, op enkele terrasjesmensen na. Toch vreemd, want Coco Jr is nu toch een artiest die –ook in Ronse- bekend is.
Coco Jr liet het niet aan zijn hart komen, en werkte een erg energiek optreden af. Samen met The All Stars bracht hij aanstekelijke mix van pop-rock en reggae (wat horen wij hem graag reggae zingen!) met veel ruimte voor improvisatie. Het was aanvankelijk hard werken, maar uiteindelijk kreeg hij er toch wat ambiance in.
Organiseer dit optreden eender waar in Vlaanderen, en je krijgt een zwoel zomerfeest. In Ronse komt men niet verder dan de prille lente. Wat is dat toch met Ronse? Is het dan toch waar dat ze daar enkel ‘buiten komen’ voor de Bommels, de Braderij en de Fiertel?
Meer foto’s in de Flickrset Coco Jr and The All Stars, Ronse Opscène 2009.
Jamie Archer.
Omdat het lang geleden is, mag ik zonder schroom nog eens een X-Factor-filmpje posten. Jamie ‘Afro’ Archer deed onlangs mee aan X-Factor in Groot-Brittannië. Paul Pots en Susan Boyle waren indrukwekkend in het klassieke genre, maar deze Jamie Archer brengt met Sex On Fire stevige rockmuziek van The Kings of Leon. Schitterend!
Insluiten werd uitgeschakeld; volg alsjeblief deze link.
We just can’t get enough.
Tja, dat komt er van, als je de natuur z’n gang laat gaan. Zoveel onkruid, dat het bijna niet meer te overzien was. Gelukkig waren Laurens, ik en de kat -die weinig productief, maar des te grappiger was- er om de zaak te redden.
Laurens en Mathias in de tuin. from Mathias D’Hondt on Vimeo.
Taal.
Maar na een half leven vol taalverwildering wordt een mens wijs. Kijk eens, Brabanders en Antwerpenaren spreken heus niet beter dan Oost- of West-Vlamingen. Ze hebben evenveel dialectklanken in hun taal, alleen zijn ze er soms nogal hevig van overtuigd dat ze beschaafder klinken.
Uit de column ‘Witte gè da dan nie?’, van Peter Vantyghem in De Standaard.
Playing the air guitar is not a crime.
U ziet de Franse Sylvain Günther Love Quimene aan het werk. De man werd zopas ‘Air Guitar World champion 2009’. Los gehen!
Een nieuwe start.
Een nieuwe start, dat klinkt dramatischer dan het is. Of ook niet, afhankelijk hoe u naar serieuze zaken kijkt.
Na twee jaar zeg ik de handelswetenschappen vaarwel. Het ging niet meer; het was té moeilijk, té saai en té weinig wat ik wilde. Oh, en ik heb misschien te weinig mijn best gedaan en niet lang genoeg voor mijn boeken gezeten. Misschien heeft het één met het ander te maken, misschien ook niet.
Enfin, geen handelswetenschappen meer, maar helemaal iets anders:
Journalistiek dus. Geen academisch onderwijs meer, maar een meer praktijk gerichte opleiding. Meer bezig zijn, meer doen dan hele dagen stil in een auditorium zitten. Tenminste, dat verwacht ik er van.
Eigenlijk hoop ik gewoon dat ‘hard werken’ vanaf nu uit meer bestaat dan enkel ‘hard van buiten leren’. Heel veel respect voor de mensen die dat wel doen –gelukkig zijn die er ook-, maar de ervaring leert mij nu dat ik hiervoor niet in de wieg werd gelegd.
Een nieuwe start dus. Hopelijk loopt het deze keer beter af.
Niets te verbergen.
We zaten in het eerste middelbaar. Eén van ons leerkrachten verwachtte inspectie en liep daarvoor weken van tevoren op de toppen van haar tenen. Inspectie is voor leerkrachten wat examens voor leerlingen zijn.
Om een lang verhaal kort te maken; de leerkracht ‘slaagde’ met veel pluimen voor de inspectie-oefening. Niet moeilijk; de les die we tijdens de inspectie zogezegd voor de eerste keer kregen, hadden wij in realiteit al twee keer volledig ingeoefend, en elke leerling die tijdens de bewuste les actief meewerkte, werd een zakje snoep beloofd.
Inspecties die op voorhand werden aangekondigd, hebben weinig nut. De mensen die gecontroleerd moeten worden, hebben tijd om zich voor te bereiden en zich te schikken naar de verwachtingen van de inspecteurs. Dergelijke inspecties krijgen nooit de dagdagelijkse gang van zaken te zien.
Alleen al daarom is de campagne van McDonalds niets meer dan een uitgekiende marketingcampagne. “Ja, u mag in onze keukens komen kijken, maar wel alleen op uitnodiging of als u ons op voorhand een seintje geeft.” Een mooie geste, maar niet meer dan dat.
“Schat, ik heb je niets te verbergen, maar je mag enkel op afgesproken tijdstippen thuis komen, tenzij je op voorhand een seintje geeft!” Iemand die zijn partner zo behandelt, maakt zich ongewild toch verdacht. Wat moeten we dan denken van McDonalds? Ik kan mij niet voorstellen dat ze iets te verbergen hebben, maar toch… We zullen maar vertrouwen op de Vaderlandse voedselinspectie, niet?
Vijftig jaar ‘Kind of Blue’.
“Wil je iets nieuws leren kennen, dan kun je het best bij het begin beginnen.” De wijsheid van mijn leraar Nederlands uit het eerste jaar secundair mag dan banaal en eenvoudig klinken, ze is daarom niet minder waar.
Wie even verder redeneert op het bovenstaande, zou tot volgend inzicht kunnen komen: “wie iets nieuw wil ontdekken, moet een beginpunt definiëren en ziet daarna wel hoe het loopt”.
Toen ik mij enkele jaren geleden begon te verdiepen in de jazz, zag ik aanvankelijk door het bos de bomen niet. Ik ging naar de bibliotheek, nam willekeurig cd’s uit de rekken en draaide die dan grijs. Die methode heb ik maar even toegepast, want ze had een averechts effect; hoe meer jazz ik ging beluisteren, hoe minder mooi ik het vond. Kenners beweerden dat het omgekeerd ging zijn.
Het kwam er op neer een beginpunt te bepalen, en van daaruit verder te trekken. Alpinisten vertrekken ook vanuit een basiskamp, om steeds hoger liggende kampen en uiteindelijk de top te bereiken. Met jazz is dat niet anders.
Mijn jazz-basiskamp was ‘Kind of Blue’ van Miles Davis. Het is een erg toegankelijke, vlot verteerbare plaat die toch met muzikaal meesterschap werd gemaakt. Men zegt over dit album wel eens dat het als beste jazzalbum van twintigste eeuw mag beschouwd worden.
Vanuit basiskamp ‘Kind of Blue’ vertrok de verkenningstocht naar andere jazz-oorden. “Ah, een zekere John Coltrane speelt saxofoon op ‘Kind of Blue’, die ga ik eens halen in de bibliotheek.” Al gauw leer je vele groten uit de jazzwereld kennen: John Coltrane, Miles Davis, maar ook talenten als Dexter Gordon, Charlie Parker en Duke Ellington.
Het fijne aan een basiskamp is dat je er steeds kan terugkeren. Regelmatig zal je in hoger gelegen kampen muziek aantreffen die behoorlijk hard tegen valt. Dan kan het geweldig deugd doen om terug te keren naar het oude vertrouwde.
Maandag 17 augustus 2009 was het precies vijftig jaar geleden dat ‘Kind of Blue’ verscheen. Voor mij een reden om de plaat na lange tijd nog eens van onder het spreekwoordelijke, want digitale, stof te halen.
Wat een heerlijk moment van herkenbaarheid was dat! Een beetje home, sweet home. Ondanks het feit dat er zoveel veel, zo oneindig veel mooie jazzmuziek bestaat, blijft die eerste plaat, die je zo aandachtig en intens beluistert hebt, toch iets bijzonder.
Bent u deze zomer op vakantie geweest? Dan weet u perfect wat ik bedoel met dat zalige ‘thuis komen’ gevoel.
Klusjesdag.
In het school van ons mama, natuurlijk. Hier thuis mogen wij helaas geen ‘hinkelspelletjes’ op ons terras verven.

