De nacht was nog jong.
Daar stonden ze dan; voorovergebogen, met de vingers in de keel. Dat bier moest er uit, want de nacht was nog jong en eeuwig respect was nog vele liters bier van hen verwijderd.
Ze werden vastgehouden door collega-studenten, om te vermijden dat ze met hun façade in de goot zouden belanden, net zoals dat meisje een meter of twee verderop. De fles jenever had ze nog in haar hand, haar bewustzijn was ze verloren. Een jongen sloeg zachtjes op haar wang.
Er riep nog iemand naar mij: “twee euro en ge moogt een ei op mijn hoofd kapot slaan.” Zo te zien, had ze die avond al een hele omelet over haar hoofd gekregen. Waarom ze enkel nog ondergoed aan had, was mij een raadsel. Het kwik bleef die nacht zorgwekkend dicht bij de nul hangen.
Het was halftwee ‘s nachts. Wij hadden een pint gedronken in de Vooruit. Mijn kleren waren proper. Ik had ze zelfs nog aan. Mijn hoofd was nog fris en mijn spijsverteringsstelsel deed z’n werk nog in de juiste richting.
Ik ging slapen. De mannen boven de goot en het meisje in de goot vermoedelijk nog niet.
De nacht was nog jong.
ik mocht er vorige week een kapotslaan voor een halve euro, da was echt een koopje!
het leven zoals het is; de overpoort