Creatief.
Exact een jaar en oneffen geleden was ik samen met enkele toenmalige collega-studenten de laatste hand aan het leggen aan een groot businessplan in het kader van het vak Creatief Ondernemen. Ik was verantwoordelijk voor de eindredactie. Dat betekende dat ik soms tot in de late (vroege?) uurtjes teksten zat na te lezen om waar nodig te verbeteren. Ondanks het feit dat handelswetenschappen geen studierichting is waar taal centraal staat, moet zo’n businessplan toch ook taalkundig in orde zijn.
Ik heb dankzij dat vak twee dingen geleerd. Primo: schrijven en teksten verbeteren, dat is volledig mijn goesting. Secundo: creativiteit kan je niet aanleren, hoe graag de profs van Hogeschool Gent dat ook zouden willen.
Echt waar! Ze zeiden: “creatief zijn, dat moet niet in jou zitten. Dat kan je leren.” Nonsens, uiteraard. Creativiteit is een talent, en een talent kan je niet ‘aanleren’, dat moet ‘in je zitten’. Ikzelf kan absoluut niet tekenen, en ik mag nog zoveel oefenen als ik wil, ik zal het nooit kunnen. Verder dan krampachtige pogingen om ‘volgens de regeltjes’ te tekenen, zal ik nooit komen. Het zal nooit spontaan zijn.
Een van de trucs die we vorig jaar moesten toepassen, was die van het associatief denken. Je hebt een probleem X, en dat ga je oplossen door met een aantal mensen te brainstormen, vertrekkende van een bepaald woord. Ik zeg maar iets: muizenval.
Bijvoorbeeld: wij moesten een businessplan uitschrijven voor de opvang van jongdementerenden, vertrekkende van het woord muizenval. Die sessies hebben bijzonder weinig opgeleverd, dat hoeft geen betoog.
Creativiteit, creatieve oplossingen en –ideeën komen niet op commando. Dat moet er plotseling zijn, en soms, heel vaak, komt het niet. Dan zit je met een writer’s block, in een creatieve dip. Dan is er geen inspiratie. Inspiratie, nog zo’n woord. Inspiratie en creativiteit zijn zielsverwanten.
Wat die profs de handelswetenschappers daar leren, houdt mijns inziens geen steek. Het zijn geforceerde methodes om de studenten iets aan te leren dat hen toch niet interesseert. Want, laat ons daar eerlijk in zijn, academici die economie studeren, die zijn niet geïnteresseerd in creatief zijn. Toch niet in creatief zijn in de kunstzinnige betekenis van het woord. Het zijn mensen die inzicht hebben, die op bepaalde vlakken technisch heel sterk zijn.
Maar gevoel voor originaliteit, om iets te bedenken dat geen oplossing op een vraagstuk is, dat is niets voor die mensen. Dat boeit hen niet, en dan moet je het hen niet opdringen met geforceerde methodes. Ieder zijn vak, dat lijkt mij het best.
(Bij de weg: ik weet dat ik hier enorm generaliseer. Uitzonderingen zijn er altijd en overal. Ik beschrijf hier enkel mijn aanvoelen, na twee jaar handelswetenschappen en een semester journalistiek. Ben ik fout, beste economisten, beste handelswetenschappers? Des te beter!)
(Oh, en ik wil zeker niet pretenderen dat ik een creatief mens ben, creatiever dan de mensen waar ik vorig jaar mee gewerkt heb. Verre van! Maar ik voel mij perfect in de journalistiek, een gevoel dat ik in de handelswetenschappen nooit had. Ik trek daar mijn conclusies uit.)