Archive for January, 2010
Update.
Morgen, vrijdag 29 januari, is het D-Day wat het eerste semester van dit academiejaar betreft. Om 10 uur worden we op school verwacht om onze examenresultaten te aanschouwen. Hier en daar heb ik een pronostiekje gemaakt. In de virtuele wereld ga ik mij daar niet aan wagen, maar slecht nieuws verwacht ik niet.
Ondertussen heeft de griep ook mij te pakken gekregen. Toentertijd maakten Van Ranst en de zijnen zoveel heisa over de Mexicaanse griep, terwijl er relatief weinig mensen besmet raakten. Maar van zodra de ‘gewone’, oerdegelijke buikgriep de ronde doet, ligt de helft van het land in bed. Tenminste, dat schrijven de kranten.
Een lange nachtrust zal beterschap brengen, ik ben daar zeker van. Dat ik daardoor de enige mens ter wereld zal zijn, die niet naar de finale De slimste mens ter wereld zal kijken, kan me werkelijk geen moer schelen. Morgen wordt alles toch tot vervelens toe herkauwd.
Hoofdtelefoon.
Sinds enkele dagen ben ik de trotse en zeer tevreden bezitter van een Sennheiser HD250 Linear II hoofdtelefoon. Een knoert van een ding, dat zeker, en hij ziet er nogal jaren 1980 uit. Maar hey, wat doet het uiterlijk er bij een hoofdtelefoon eigenlijk toe?
De Sennheiser HD250 is ondertussen een erg gekend type hoofdtelefoon in audiostudio’s allerhande. En ik kan me wel voorstellen waarom. De geluidsweergave van deze ‘oorwarmers’ is werkelijk fantastisch. Een perfect evenwichtige en accurate balans, heel heldere klanken en een mooie, volle bas. Daarmee gaat de hoofdtelefoon resoluut voor een natuurgetrouwe weergave van de muziek (en andere opnames) en volgt hij de trend van de extreme bassen niet.
De hoofdtelefoon is ideaal om lang te dragen. Hij weegt ongeveer 250 gram en sluit de oren volledig in. Daardoor zit hij stevig op het hoofd en kan je hem lang ophouden. Doordat de oren volledig omsloten worden, hoor je geen achtergrondlawaai meer. Niet aan te raden in het verkeer, maar ergens anders is het een ware verademing.
U hoort het, ik ben een gelukkige muziekliefhebber. De komende dagen ga ik mij bezig houden met het opnieuw importeren van verschillende cd’s in iTunes. Sommige van de cd’s zijn geïmporteerd aan 128 kbps, en dat compressieniveau doet de hoofdtelefoon wat oneer aan. 192 kbps klinkt al heel wat beter. Alles lossless importeren zou me nogal wat extra harde schijven opleveren, dus daar begin ik niet aan.
1212.
“Vijf jaar na de tsunami bundelen media opnieuw hun krachten om, samen met niet-gouvernementele organisaties, bekende Vlamingen en allerhande lokale initiatieven zoveel mogelijk geld te verzamelen voor de reddingsacties en de wederopbouw. Opnieuw een steekvlam, zou je met enig cynisme kunnen opmerken. Maar wie heeft er iets aan cynisme?”
[…]
“De klassieke dooddoeners lagen nog sneller klaar dan anders: ‘veel geld gaat verloren in inefficiëntie en bureaucratie’, ‘schenken aan een land zonder leiding is een druppel op een hete plaat’ en ‘hoe weten we waar onze centen terechtkomen’. Voor al die bedenkingen valt wat te zeggen, maar daar kopen de berooide, gewonde, buitenslapende, bij gebrek aan adequate hulp stervende Haïtianen niets voor.”
[…]
“Het heeft dus zin deel te nemen aan de solidariteit.”
Uit het opiniestuk van De Standaard van 21 januari 2010, geschreven door Bart Sturtewagen. Vandaar; luister vandaag naar Radio1212, klik op de banner rechts in de sidebar en overweeg een schenking. In de veronderstelling dat het geld goed gebruikt zal worden.
Teach me, baby.
Omdat ik tevreden ben over Arteveldehogeschool, een reclamefilmpje! Gemaakt door studenten, in de lokalen van de nieuwe campus Kantienberg. Teach me baby one more time! Of nog: de opleidingen in spagaat.
Parabel.
Dinsdagavond, café ‘t Vat is af. Bij Mariette. Een aantal vrolijke mannen vergapen zich aan een kleine beeldbuis in een verre hoek. Niet godsdienst is opium voor het volk, maar voetbal. Zet drieëntwintig mannen en een bal op een veld, en het gepeupel blijft rustig. En als ze slaan, slaan ze op elkaar, dus zelfs daar stelt zich geen probleem.
Aan de toog zit een potige jongeman, voorovergebogen. Hij kijkt diep in z’n lege glas, want daar is, naar men zegt, de wijsheid te vinden. Het is halfnegen, de dag voor het examen. En het is 1-0.
De krullenkop bestelt nog een pint. Moed indrinken, nog zo’n inzicht. Mariette, een schat van een vrouw en behoorlijk van rad van tong, heeft het niet voor die volkse gezegden. Gemeend bezorgd vraagt ze het hoopje ellende wat er scheelt, waarom hij zo ostentatief de toog zit aan te staren.
“Ah, ‘t examen morgen gaat niet lukken, hé madam.”
Mariette tapt zichzelf ook een pint en schuift een barkruk bij. “En je denkt dat, door je eens goed te bezatten, de situatie gaat veranderen? Aan opgeven is niets mis, maar je moet er wel een goede reden voor hebben. Heb je die?”
“Neen.”
“Wel dan. Aan mijn toog is gaan plaats voor zelfbeklag. Naar échte miserie wil ik luisteren. Heb je geen grote problemen, dan moet je of naar het voetbal kijken, of boven je boeken hangen. Het liefst van al, wil ik dat je voor het tweede kiest. En dan kan je me morgen komen vertellen hoe goed het wel gegaan is.”
De dag erna zat de jongeman opnieuw in ‘t Vat is af. Het examen was een ramp geweest. Natuurlijk. Rome is ook niet op een dag gebouwd. Maar hij had er wel weer zin in gekregen, en dat is zoveel als de “goed begonnen” in het spreekwoord. Hij wilde Mariette bedanken, viel over zijn woorden, en bestelde dan maar een cola.
Dienstmededeling.
Voor de mensen die een feedreader gebruiken. Het feedadres van www.mathiasdhondt.be wordt binnenkort http://feeds.feedburner.com/mathiasdhondtblogt. Aanpassen is de boodschap, voor iedereen die graag blijft volgen.
Minister 2.0.
Toen Barack Obama in de running was om president van de Verenigde Staten te worden, gebruikte hij als eerste het internet als massacommunicatiemiddel tijdens een verkiezingscampagne. Blogs, Facebook en Twitter werden ingezet om zoveel mogelijk mensen te bereiken. Met succes, zo bleek achteraf.
In de aanloop naar de regionale verkiezingen van juni 2009 probeerden heel wat politici ook de stap naar verkiezingen 2.0 te zetten, zeker nadat De Standaard de zogenaamde Obarometer lanceerde. Dat is een website waar alle online activiteit van politici verzameld werd. Blogger BVLG verzamelde destijds een hele hoop cijfers en grafieken. Op dezelfde blog werd ook aangetoond dat veel politici na de verkiezingsperiode de Twitter-toestanden lieten voor wat ze waren.
Een uitzondering op die conclusie is Vincent Van Quickenborne. Het gebruiken van digitale media en communicatie sluit ongetwijfeld aan bij de man zijn persoonlijke interesses. Op zijn blog schrijft de minister van Economie regelmatig berichten die over zijn vakgebied gaan. Ook Twitter gebruikt hij; er is @quickonomie, het account van de gelijknamige website, en een persoonlijke account: @vincentvq.
Tot zover nog steeds geen bijzonder nieuws.
Onlangs werd beslist om de Auvibel-heffing uit te breiden. Er moet nu ook een extra bijdrage betaald worden op de aankoop van digitale opslagmedia, bijvoorbeeld geheugenkaartjes en externe harde schijven. Heel wat bloggers en andere mensen die vaak online te vinden zijn, protesteerden luidkeels tegen de maatregel. Vooral professionele mensen zouden hierdoor meer moeten betalen, terwijl de heffing dient om auteurs te vergoeden voor illegale kopieën, gemaakt door de ‘gewone’ consument.
De zaak werd onder anderen door Luc Van Braekel en Pietel uitvoerig besproken. Vincent Van Quickenborne nam de opmerkingen van de blogosfeer ter harte en formuleerde (naar eigen zeggen eigenhandig) een antwoord op de opmerkingen en kritiek. Eerst verscheen het artikel “Auteurs zijn ondernemers”, later schreef hij een blogbericht dat rechtstreeks aan de bezoekers van zijn blog en Twitter-pagina gericht was: “Antwoord op jullie comments”. Pieter Baert, Luc Van Braekel en de zes andere ondernemers die mee schreven aan een opiniestuk in De Tijd (zie onderaan dit artikel) kregen zelfs een uitnodiging om “eens samen te zitten”.
Vincent Van Quickenborne communiceert zeer open met iedereen die moeite doet om hem (digitaal) te bereiken. Dat hij z’n blog en Twitter niet alleen gebruikt om ten tijde van verkiezingen kiezers te lokken, siert hem. Nog nooit was het mogelijk om zo rechtstreeks met een minister te communiceren, als nu met Van Quickenborne. Het feit dat zowel de vermelde bloggers als de minister zeer bekwame en professionele mensen zijn, kan in de toekomst alleen maar tot interessante debatten leiden. De blogosfeer zal nooit invloed hebben op de rechtstreekse besluitvoering. Maar het kan een positieve evolutie zijn dat vakmensen vanuit de praktijk van gedachten kunnen wisselen met de overheid. Een pluim op de hoed van minister Q!
Regen.
Zeurpiet.
Zegt Michiel in de commentaren:
“Nu wat mij de laatste tijd opvalt met uw blogs is dat het enorm kritisch is. Nu een vergelijking maken met een bekende schrijver kan ik niet omdat mijn literaire kennis daar niet uitgebreid voor is. Maar schuilt er misschien een kleine Herman Brusselmans in u zonder vaginalisering en gefak (sic) weliswaar. Of zit ik daar dan ook weeral compleet naast?”
Ik schreef de opgelopen tijd (weken, maanden?) inderdaad een aantal kritische blogs. Onbewust, tot die ene commentaar. De reden is niet dat ik Herman Brusselmans van zijn vulgaire troon wil stoten, noch dat ik met een scherpe pen alles en iedereen in de vernieling wil schrijven. Er is geen missie, geen geheime agenda.
Neen, de reden is heel eenvoudig. De laatste tijd (weken, maanden?) is het erg druk geweest voor mij –net zoals voor iedereen, waarschijnlijk. Schoolwerk, Kinepolis, die twee vooral, en daarnaast nog een aantal nevenprojectjes. Aan enkele andere zaken ben ik nauwelijks toegekomen. Sportief wezen doen is daar één van, bloggen ook.
Kritiek schrijven is van het gemakkelijkste om te doen. Er dient zich een bepaald iets aan, waar jij je om die en die en die reden niet in kan vinden. Hopla, een artikel is bedacht, nu nog uitschrijven. Toffe, positieve verhaaltjes schrijven is veel moeilijker. Daar moet aan gewerkt worden. Het moet veel meer ‘rijpen’ en het is moeilijker om daar even snel een vlotte structuur in te krijgen.
Dus neen, ik ben geen pessimistische of sceptische zeurpiet geworden. Het is –tijdelijk- een gemakkelijkheidsoplossing. Tot na de examens. En, wie weet, blijft er in het tweede semester wél meer tijd over om te bloggen. Ik hoop het met u.
Mia.
Zo goed de Vlaamse muziek tegenwoordig is, zo slecht was de uitreikingsshow van de Music Industry Awards (MIA’s) vrijdag. Een show zonder inhoud en zonder richting. Twee uur gepalaver en muziek die we allemaal beu gehoord zijn. Toch?

Marcel Vanthilt
Om te beginnen: Marcel Vanthilt krijgt voor zijn presentatie een MIA voor de meest ergerlijke gastheer van het nog prille jaar. Geen idee waarom hij zo nodig grappig wilde zijn. De slotshow van Music for Life presenteerde hij sober, en die was voortreffelijk. Tijdens de MIA’s probeerde hij de vlotte jongen uit te hangen, maar het lukte absoluut niet. We hadden haast heimwee naar Peter Van de Veire, die de vorige editie mocht presenteren.
Tijdens de live-uitzendingen werden tal van awards uitgereikt. Door de strot geramd, is misschien een betere uitdrukking. Binnen elke categorie werden vier genomineerden voorgesteld, en onmiddellijk daarna werd de winnaar bekend gemaakt. Waarom groep A of zanger B gewonnen heeft, dat kregen we niet te horen. Van enige achtergrond was er in het hele concept geen sprake. Van transparantie ook niet.
Eerlijk? De show deed aan als een bv-feestje, waar de kijker even mocht binnen gluren om te zien hoe goed de Vlaamse zangers, zangeressen en bands wel zijn.
Goed in hun vak: muziek maken. Maar iets zinnigs zeggen nadat ze een MIA in ontvangst mochten nemen, dat zat er nauwelijks in. “Vive le roi” en “Bedankt Lernout & Hauspie”, zeiden die van Absynthe Minded. Lady Linn kwam niet verder dan grijnzen en wat bedankjes en Daan leek, zelfs na de vierde keer, nauwelijks in staat om een zin te zeggen met daarin een onderwerp, wat werkwoorden en dergelijke meer.
Je zou bijna van een verademing kunnen spreken om Jasper Erkens op het podium te zien. Die kwam bij de kijkers niet over als een parkiet op speed, én hij speelde een muzikaal rijke versie van ‘Waiting Like a Dog’. Met dank aan alle muzikanten van het jaar. Oh, en Bart Peeters niet vergeten. De enige man, presentator inbegrepen, die met de nodige rust een aantal dingen zei die betekenis hadden.
Geef Vlaanderen alsjeblieft muziekprijzen met meer inhoud en achtergrond. En laat de show op één draaien rond die achtergrond. Al die categorieën zijn op de duur storend, het zijn toch altijd dezelfde mensen die genomineerd waren. En geef de muzikanten niet zomaar een vrijgeleide om vanalles te leuteren op nationale televisie. Die mensen hebben iets te vertellen, maar laat het aan professionele tv-mensen over om naar die boodschap te ‘vissen’.

