Skip to content

Taal van de commercie.

by Mathias on July 12th, 2010

Vorige week zaten we een dagje aan zee met het jeugdorkest. We vertoefden op het strand van Oostende, koningin der badsteden. Toen we een ijsje of een strandbal wilden kopen, of een gocart wilden huren, werden we altijd met “goeiedag, bonjour” aangesproken. Logisch, want aan zee komen nu eenmaal heel wat franstalige toeristen langs. De klant is koning, en geeft meer geld uit als hij zich op zijn gemak voelt. De kustbewoners, snuggere West-Vlamingen, hebben dat maar al te goed begrepen. De taal van de commercie, dat is de taal van de klant.

De dag erna ging ik naar Brussel, in tegenstelling tot onze kust wel tweetalig gebied. We werden er steenvast aangesproken in het Frans, zonder meer. Wij antwoordden steeds in het Nederlands, uit principe. De verkopers, obers en noem maar op verloren dan hun interesse in ons. Afrekenen, en laten zitten. In Brussel hebben ze de taal van het geld nog niet ontdekt.

Het is een vreemde vaststelling: aan de kust, waar alleen Nederlands een officieel erkende taal is, worden toeristen tweetalig verwelkomd, in de hoop dat ze geld gaan uitgeven. Als het over gocarts verhuren gaat, wil de inheemse bevolking Mandarijns spreken, als het moet.

In Brussel, waar tweetaligheid wettelijk verplicht is, is het pover gesteld met Nederlandstalige klantvriendelijkheid. Het interesseert hen niet: Vlamingen spreken wel frans, Jappen en Chinezen Engels. Dat is, nog los van het feit dat het in strijd is met de geest van heel wat taalwetten, een gemiste kans. Ik heb meer geld uitgegeven in Oostende, dan in Brussel.

From → Commentaar

No comments yet

Leave a Reply

Note: XHTML is allowed. Your email address will never be published.

Subscribe to this comment feed via RSS