Archive for the ‘examens’ tag
Parabel.
Dinsdagavond, café ‘t Vat is af. Bij Mariette. Een aantal vrolijke mannen vergapen zich aan een kleine beeldbuis in een verre hoek. Niet godsdienst is opium voor het volk, maar voetbal. Zet drieëntwintig mannen en een bal op een veld, en het gepeupel blijft rustig. En als ze slaan, slaan ze op elkaar, dus zelfs daar stelt zich geen probleem.
Aan de toog zit een potige jongeman, voorovergebogen. Hij kijkt diep in z’n lege glas, want daar is, naar men zegt, de wijsheid te vinden. Het is halfnegen, de dag voor het examen. En het is 1-0.
De krullenkop bestelt nog een pint. Moed indrinken, nog zo’n inzicht. Mariette, een schat van een vrouw en behoorlijk van rad van tong, heeft het niet voor die volkse gezegden. Gemeend bezorgd vraagt ze het hoopje ellende wat er scheelt, waarom hij zo ostentatief de toog zit aan te staren.
“Ah, ‘t examen morgen gaat niet lukken, hé madam.”
Mariette tapt zichzelf ook een pint en schuift een barkruk bij. “En je denkt dat, door je eens goed te bezatten, de situatie gaat veranderen? Aan opgeven is niets mis, maar je moet er wel een goede reden voor hebben. Heb je die?”
“Neen.”
“Wel dan. Aan mijn toog is gaan plaats voor zelfbeklag. Naar échte miserie wil ik luisteren. Heb je geen grote problemen, dan moet je of naar het voetbal kijken, of boven je boeken hangen. Het liefst van al, wil ik dat je voor het tweede kiest. En dan kan je me morgen komen vertellen hoe goed het wel gegaan is.”
De dag erna zat de jongeman opnieuw in ‘t Vat is af. Het examen was een ramp geweest. Natuurlijk. Rome is ook niet op een dag gebouwd. Maar hij had er wel weer zin in gekregen, en dat is zoveel als de “goed begonnen” in het spreekwoord. Hij wilde Mariette bedanken, viel over zijn woorden, en bestelde dan maar een cola.
Nerveus.
Vroeger zei ik altijd dat zenuwen voor een examen “nergens voor nodig waren”. Ik heb er geen last van, omdat ik meestal –bewust of onbewust- wist hoe het hele gedoe ging aflopen.
Nu, aan de vooravond van mijn eerste examenreeks new style heb ook ik last van flauwe benen en een maag die stiptheidsacties uitvoert. Zenuwen, nerveusiteiten, zulke zaken. Omdat ik voor het eerst denk dat het wél gaat lukken. Komiek, niet?
Bij deze wens ik iedereen die de komende dagen en weken examens heeft, veel succes! Dat het een lange grote vakantie mag worden!
Ambities op zondagnacht.
‘t Is halftwee, zondagnacht, en ik heb net mijn handboek over de Nederlandse grammatica gesloten. Excuseer mij dat ik u hiermee lastig val, maar ik ben best trots op mezelf. Werken voor school, tot halftwee ‘s nachts? Dat heb ik nog nooit –lees dat met de nodige nadruk- gedaan. Zelfs niet toen ik de dag erna een redelijk gek examen boekhouden had, waarvan ik nauwelijks iets begreep.
De examens komen er aan! En ik ga mij eens volledig smijten.

Fordisme.
Organisatiesociologie, that is!
Toen in 1908 Henry Ford startte met de productie van de T-Ford, waren er 7882 verschillende handelingen nodig voor de fabricage van de auto. In zijn autobiografie schreef Ford dat van die 7882 gespecialiseerde taken, 949 ‘sterke en gezonde mannen’ vereiste; voor 3338 waren mannen met een normale fysieke conditie vereist, terwijl de rest grotendeels kon worden uitgevoerd door vrouwen en grote kinderen. En, zo ging hij nogal koeltjes verder, we berekenden dat 670 functies konden worden vervuld door mannen zonder benen, 2637 door mannen met één been, twee door mannen zonder armen, 715 door mannen met één arm en 10 door blinde mannen.
Uit het hoofdstuk ‘het wetenschappelijk management als een rationeel managementmodel: Taylorisme’. Is vandaag de dag zo goed als verdwenen, naar het schijnt. Gelukkig maar.
Studiesysteem.
De examenperiode heeft als gevolg dat de krant hier meestal voor een groot deel onaangeroerd blijft liggen. Edoch, als er een artikel in staat over ons – de studenten, dan moet ik dat wel lezen. Kijk eens wat ze schrijven:
Keihard blokken en obsessief met je studies bezig zijn, wordt immers maatschappelijk beloond. Je krijgt betere punten, hogere graden, betere stageplaatsen… Ons studiesysteem is ook nog steeds te veel gericht op het letterlijk reproduceren van leerstof. Wie nooit een les mist en veel studeert, haalt vaak goede resultaten. De verleiding om je daarop blind te staren, is reëel.
Denk daar gerust het uwe van. Dat doe ik ook.
Examenpost (iv).
Vrijdagavond, café ‘Afrit 3’. Waar, dat weet ik niet meer, en eigenlijk doet het er niet toe. Ik zit met Lucas aan de toog, met iets om te drinken voor onze neus. Want, zo gaat dat nu eenmaal: ga je in een café aan de toog zitten, dan vraagt de waard vroeg of laat wat je gaat drinken. En als je zegt: ‘niets’, dan antwoorden ze steeds: ‘oei, niets, dat schenk ik hier niet, meneer.’
Enfin, terug naar de feiten. Lucas en ik zaten aan de toog, pratend over de dingen des leven. Over het weer, over Frank De Winne en over het weer daarboven bij Frank.
Ok, nee. We waren niet aan het praten. Een stuk in onze kraag aan het drinken, komt beter in de buurt. Drinken, om te vergeten. Zo doen echte mannen dat. Heb je een probleem? Drink! En het zal verdwijnen. Want problemen, die hadden we alletwee. Alleen als je flink in nesten zit, ga je naar café Afrit 3’.
Uiteindelijk zijn we toch beginnen praten, Lucas en ik. Over wie nu het diepst in de miserie zat. Ik had de dag erna een moeilijk examen, Lucas had een gat in zijn tuinslang. Ik zei: ‘Beter een gat in uw tuinslang, dan een tuinslang…’ Hij kon er niet om lachen. Hij vond een tuinslang geen voorwerp om mee te lachen. ‘En’, ging hij verder, ‘ik vind een tuinslang veel belangrijker dan een examen statistiek’. Ikzelf ben daar nog niet helemaal uit.
Wie de man was met het grootste probleem, daar zijn we nooit achter gekomen. We kunnen beide niet zo goed drinken, en nog voor er goed en wel een gesprek was, overheerste de zattemanspraat al.
Hoofdpijn was er. En alles in’t dubbel. Toch gingen we met een goed gevoel buiten. Onze problemen lagen een flinke roes verwijderd van ons, en dat volstond. Voor even.
Examenpost (ii).
De deur ging open, en Lucas kwam binnen. Hij informeerde wat ik aan het doen was, en ik antwoordde waarheidsgetrouw dat ik analytisch boekhouden aan het studeren was. Lucas vroeg of het interessant was en ik knikte bevestigend. ‘Eens je het verstaat, wel.’
‘Maar waarom doet ge dit toch allemaal?’, vroeg Lucas. ‘Buiten is er zoveel meer te doen. Ik heb net een ijsje gegeten en wat rondgewandeld. Het is mooi weer en de meisjes zijn er naar gekleed.’ Ik werd een beetje triestig. In vergelijking met een kleine kamer en een bureau klinkt alles aanlokkelijk. Zélfs doelloos rondwandelen. Laat staan dat ze beginnen over ijsjes en mooie meisjes.
Ik zei: ‘Lucas, venteke, wilt ge mij nu eens gerust laten en mij gewoon laten verder studeren.’ Lucas verliet de kamer. Hij had zin in een fris pintje en trok -zo zei hij- naar een fijn terrasje.
Een denkbeeldige vriend hebben, het is me toch wat. Maar goed tegen de eenzaamheid, dat wel.
Examenpost (i).
Ik voel nu al aan mijn teenstrekker dat het een serie gaat worden: de examenposts. Eindeloos gepalaver over hoe saai een studentenleven wel is en over hoe nutteloos de te studeren cursussen wel zijn. Oh, en af en toe een welgemeende verwensing aan het adres van een docent. De censuurcommissie is bij deze reeds gewaarschuwd.
Vandaag deel één. Situaties die ik ga missen: filmavond op kamer 15 -mijn penthouse:
Lawaai-overlast in de keuken:
(Tja, gsm-foto’s zijn toch nog dat niet…)
Dom.
Zoveel dat gij studeert. Als ge nu nog buizen hebt, dan zijt ge gewoon dom.
Ongelooflijk dat er in zo’n klein lijf zo’n grote mond te vinden is.

